Van onderbuik naar hart – Een blog over ons voedsel

Blog > Inspiratie > Van onderbuik naar hart – Een blog over ons voedsel

Een slager, een vegetariër, een boer en een kind lopen door de wei. Ze praten met elkaar over koetjes en kalfjes. Opeens draait een van de koeien zich om en zegt tegen de groep: ‘Vertel me eens, hoe kijken jullie naar mij?’

De slager zegt: ‘Ik zal niet zeggen dat ik je als een vleesfabriek zie, maar zowel mijn klanten als ik zien je toch ook wel als een toekomstige lekkernij.’
De vegetariër schudt zijn hoofd en zegt: ‘Ik zie een prachtig dier dat helaas van behoorlijk negatieve en inefficiënte invloed is op het huidige klimaatprobleem. Daarom zal ik ook jou niet eten.
De boer zegt: ‘Ik ken je ziel, koe, net als die van je dochters, zussen en tantes. Je bent van mij. En ik zorg voor je van begin tot eind.’

‘En jij, kind, hoe kijk jij naar mij?’, vraagt de koe. Het kind loopt langzaam op de koe af, staat dan stil, en zegt: ‘Ik word een beetje bang van jou. Wat ben je groot in het echt!’

Afgelopen vrijdagavond zat ik in het publiek van Kamerbreed, een Amersfoortste talkshow, georganiseerd door de Veenkerk in samenwerking met Theater De Kamers in Vathorst. Presentator Rolinka Klein Kranenbrug praatte als een ware Eva Jinek het onderwerp van de avond – duurzaamheid & ons voedsel – aan elkaar, inclusief live-muziek en filmpjes.

Aan tafel zaten een dorpsslager, een vegetariër en een boer. Wat iedereen verwachtte, een clash tussen de slager en de vegetariër, gebeurde niet. De discussie speelde zich vooral af tussen de vegetariër en de boer. Wat gebeurde er?

De vegetariër vertelde waarom hij sinds een aantal jaar bewust geen vlees meer at. Al voor zijn studie in Wageningen vroeg hij zich af hoe de wereldwijde verdeling tussen rijkdom en armoede zo ongelijk kon zijn. Een van de oorzaken, zo ontdekte hij, was onze vleesconsumptie. Als ontwikkelingssamenwerker had hij in het buitenland ontdekt dat het houden van koeien en de daaraan gekoppelde vleesproductie een grote negatieve invloed heeft op de geldverdeling. “We moeten echt stoppen met vlees eten en overgaan op alternatieve, vegetarische producten. En dat gaat prima. Het wordt ook steeds lekkerder de laatste jaren.’

De boer aan tafel pareerde: ‘Durf in te zien wat hier gebeurt. Ik begrijp de onderliggende motivatie van vegetariërs en veganisten heel goed. Dat is een serieus te nemen drive. Maar bedenk: ook als vegetariër ben je afhankelijk van voedsel all over the world. Net als de huidige manier van productie van vlees laat dit een grote voetafdruk achter. Bedenk daarbij dat in het vegetarische menu essentiële mineralen missen die op andere manieren dienen te worden gecompenseerd. Maar vooral: voor je het weet ontstaat er een nieuwe dogmatiek of een nieuw fundamentalisme rond het wel of niet eten van vlees. Nieuwe spijswetten. Die kant wil ik niet op. Daarom pleit ik voor een lokale, regionale aanpak van ons voedsel met een kwalitatief hoogstaand aanbod van een standaard voedselpakket: brood, melk, vis, en ja, ook vlees.’

De vegetariër reageerde met de opmerking dat de (vlees)vitamine B12 op andere manieren is aan te vullen, waarop de boer reageerde dat het probleem een laag dieper ligt, en vandaaruit kan worden aangepakt. Daarna zei de vegetariër dat hij een koe als een behoorlijk inefficiënt dier in de voedselvoorziening ziet, waarop de boer zei: ‘Mensen eten geen gras, hè? Dat kunnen alleen koeien, op een uniek efficiënte manier.’

En toen werd het, helaas vond ik, tijd voor wat anders. Filmpjes en muziek. Maar ja, zo gaat dat met talkshows. Kwestie van accepteren.

Helemaal aan het eind werd het weer spannender, toen de vegetariër tegen de boer zei: ‘Het is gewoon onmogelijk om de hele wereld van vlees te voorzien. Dat gaat ten koste van de aarde. We moeten daar, denk ik, echt mee stoppen. Ik blijf bij mijn vegetarische keuze.’

En met die vraag bleef ook ik zitten. Ik liep na de talkshow op de boer af, en zei: ‘Heeft de vegetariër daar geen gelijk in? Ik bedoel: stel dat de hele wereld jouw regionale voedselstrategie omarmt, dan nog is die hele wereld – 7 miljard mensen! – toch niet van vlees te voorzien?’

Waarop de boer tegen me zei: ‘In die irreële abstracties ga ik niet mee. Wat we nu hebben te doen is klein en lokaal en regionaal te beginnen.’

Ik fiets naar huis. Gedachten flitsen door mijn hoofd. Ik denk: wat verbindt de boer en de vegetariër hier? Ik concludeer: hun liefde voor de aarde. Alleen hun oplossing of strategie verschilt. Qua diepte. Ik denk ook aan de discussies die ik met vegetariërs en vooral met veganisten heb gehad. De striktheid die ik dan vaak voel, dat fundamentalistische gelijk dat tussen ons inhing, en energie wegvreet. De humor redt me dan vaak. Ik denk: niemand wil ooit dood onder de grond liggen met een steen op zijn graf met de tekst: ‘Ik had gelijk!’ Met stenen om zich heen met dezelfde tekst…

Hoe komen we ons eigen gelijk uit? Ik merk dat ik de boer wil volgen. Omdat hij diepere lagen aanraakt, tegelijk nuchter blijft en boeren en burgers aan elkaar wil verbinden zonder aan ons eigen geweten te willen morren. De vraag is niet of we wel of niet vlees (mogen) eten, de discussie is of we ons bewust willen worden waar ons eten, inclusief ons vlees, vandaan komt. De vraag is niet ‘Vlees óf vegetarisch/veganistisch?’, de vraag is ‘Biologisch óf industrieel geproduceerd?’

Maar daaronder gaat iets diepers schuil. Wat ik vaak merk – in welke discussie dan ook – is dat we geneigd zijn om onze gedachten te vormen over onze onderbuikgevoelens. ‘Ik voel ergens dat het niet goed is om vlees te eten, dus ik denk dat het goed is om vegetariër/veganist te worden.’ Ik denk dat het de kunst is om onze gedachten niet over onze onderbuik maar over ons hart te laten waken. En dat we vanuit ons lijf eerst naar ons hart gaan in plaats van onze ratio in.

Want die beweging – van (onder)buik naar hart naar gedachten – is de meest natuurlijke.
Die zit bij ons ingebakken.
Dat zie ik om me heen.
En bij mezelf.

En bij dat kind.
Bij dat diepe respect, zelfs een ontzag-wekkende vrees, voor die koe die in het echt bedreigend groter is dan op een tekening.
Bij die enorme, rauwe, schurende lap van een tong waarbij de koe het gras afsnijdt.
Bij het exact gelijke aantal keren dat een koe linksom- en rechtsom het gras (her)kauwt.

Bij het respect voor het stukje vlees op je bord.
Waarvoor je oprecht dankbaar bent, en je de Schepper misschien wel dankt.
Dat respect hebben we – opnieuw? – te leren.
Spreken we daarom niet van op-voeding? (Met dank aan de boer voor deze diepe taalvondst!)

Wie goed kijkt, wordt respectvoller en wijzer.

Ik ben dankbaar voor zo’n Kamerbreed-tafelgesprek. Waar het best mag botsen en schuren. Gelukkig maar. Ik bedoel: als een koe haar voedsel al tig keer herkauwt, zouden wij mensen dan onze omgang met voedsel ook niet blijvend goed doorzien en doordenken?

David Heek
Auteur David Heek
David Heek (39) is een creatieve theoloog, spreker, coach en spelmaker. Als spreker kun je hem boeken voor kerk- en trouwdiensten. Als coach staat hij voor je klaar met vragen rond zelfkennis, persoonlijke ontwikkeling, werk, relaties en geloof. En hij houdt van het spel in enneagramtrainingen en als theaterdominee.
Gerelateerde blogs
Lees alle reacties

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *